ECLI:NL:CRVB:2010:BM9406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beschikbaarheid voor arbeid en weigering WW-uitkering niet vastgesteld op grond van houding en gedrag
Appellant was werkzaam als vrachtwagenchauffeur totdat zijn arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2007 werd ontbonden. Hij schreef zich op 17 september 2007 in als werkzoekende en gaf aan 38 uur per week beschikbaar te zijn voor werk. Het UWV stelde bij besluit van 28 september 2007 dat appellant niet beschikbaar was voor werk en weigerde de WW-uitkering. Appellant maakte bezwaar en gaf aan wel beschikbaar te zijn, maar had moeite met de Nederlandse taal.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV. In hoger beroep stelde appellant dat het UWV ten onrechte op grond van houding en gedrag tot de conclusie kwam dat hij niet beschikbaar was. De Raad verwijst naar vaste rechtspraak dat een dergelijke conclusie alleen kan worden getrokken indien ondubbelzinnig vaststaat dat de werknemer zich niet beschikbaar stelt.
De Raad constateert dat het UWV niet heeft aangetoond dat aan deze strenge eisen is voldaan. Daarom vernietigt de Raad het besluit van 14 december 2007 en bepaalt dat het UWV een nieuw besluit moet nemen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van niet-beschikbaarheid.