ECLI:NL:CRVB:2010:BM1828
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen bankrekeningen en schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving sinds 1990 algemene en bijzondere bijstand. In 2005 kwam via een signaal van de Belastingdienst aan het licht dat zij meerdere bankrekeningen bezat die niet waren opgegeven aan de gemeente ’s-Gravenhage. Ondanks verzoeken heeft appellante niet alle bankafschriften kunnen of willen overleggen. Het College trok daarop de bijstand over de periode van 1997 tot 2005 in en vorderde de kosten terug.
De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar tegen de intrekking ongegrond en vernietigde een besluit vanwege procedurele fouten, waarna de zaak in hoger beroep kwam. De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de tegoeden op de rekeningen niet tot haar middelen behoorden. Ook was zij tekortgeschoten in haar inlichtingenverplichting, ondanks haar stelling dat zij ongeletterd was en geen tolk had.
De Raad bevestigde dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen, omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld door de schending van de inlichtingenverplichting. De grief dat appellante geen hoorzitting kreeg werd ingetrokken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting en verzwegen bankrekeningen.