ECLI:NL:CRVB:2010:BL9461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijzondere bijstand wegens niet tijdige melding inkomsten en verhuizing
Appellante ontving bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag over de periode van april tot en met december 2005. Zij meldde haar inkomsten uit arbeid over augustus 2005 pas in december 2005, terwijl zij dit volgens het College eerder had moeten doen. Ook gaf zij tijdig door dat zij per eind oktober 2005 was verhuisd, maar de toeslag werd ten onrechte verleend over de periode vanaf die datum.
Het College herzag en trok de bijzondere bijstand in en vorderde het te veel betaalde bedrag terug. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij haar inkomsten wel tijdig had gemeld en dat er fouten en slordigheden waren gemaakt door de Dienst Werk en Inkomen.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij de informatie over haar inkomsten eerder dan december 2005 had verstrekt, waardoor zij haar inlichtingenverplichting had geschonden. De intrekking en terugvordering waren daarom terecht. Voor de periode vanaf haar verhuizing was zij wel tijdig inlichtingen verschuldigd en had zij voldaan aan haar verplichting, maar de toeslag was ten onrechte verleend en mocht worden ingetrokken. De gang van zaken rond de terugvordering was niet fraai, maar vormde geen dringende reden om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijzondere bijstand bevestigd.