ECLI:NL:CRVB:2010:BL8961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen bijzondere bijstand bij schending inlichtingenplicht en onduidelijke kasstortingen
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd onderzocht door het College vanwege vermoedens van onrechtmatigheid. Het College ontdekte substantiële kasstortingen op een niet opgegeven Postbankrekening, waarvan de herkomst niet verifieerbaar was. Hierdoor werd de bijstand voor de periode van 1 september 2003 tot 1 maart 2006 ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbanken verklaarden het beroep deels ongegrond en vernietigden eerdere besluiten, waarna het College een nieuw besluit nam met een lager terugvorderingsbedrag. Appellante kreeg uitstel van betaling tot 1 maart 2010 vanwege gebrek aan aflossingscapaciteit.
De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van de Postbankrekening en het niet kunnen verifiëren van de herkomst van kasstortingen. Er waren geen dringende of bijzondere redenen om van het terugvorderingsbeleid af te wijken. Het beroep tegen het terugvorderingsbesluit werd ongegrond verklaard en het hoger beroep tegen een ander besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard wegens schending van de inlichtingenplicht.