ECLI:NL:CRVB:2010:BL5547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering langdurigheidstoeslagen en bevestiging intrekking bijstand wegens niet-melding bankrekeningen
Appellanten ontvingen bijstand en langdurigheidstoeslagen over de jaren 2003 tot en met 2005. Na een onderzoek bleek dat zij meerdere bankrekeningen niet hadden opgegeven, wat leidde tot intrekking van bijstand over 1997-2005 en terugvordering van bijstandskosten en toeslagen.
De Raad oordeelt dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden door het niet melden van bankrekeningen, waardoor het recht op bijstand voor een deel niet kon worden vastgesteld en voor een ander deel vanwege vermogensoverschrijding niet bestond. De intrekking en terugvordering van bijstand is daarom terecht.
Wat betreft de langdurigheidstoeslag over 2003 baseerde het College de terugvordering terecht op het Burgerlijk Wetboek en niet op de WWB, waardoor bezwaar niet-ontvankelijk was. Voor de toeslagen over 2004 en 2005 was de grondslag onjuist, en de rechtbank had deze onrechtmatigheid niet mogen passeren. De Raad vernietigt daarom het besluit tot terugvordering van deze toeslagen en draagt het College op een nieuw besluit te nemen.
De Raad veroordeelt het College in de proceskosten van appellanten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De terugvordering van langdurigheidstoeslagen 2004 en 2005 wordt vernietigd; intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding bankrekeningen wordt bevestigd.