ECLI:NL:CRVB:2010:BL5264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging bijstand wegens onvoldoende medewerking re-integratie
Appellant ontvangt sinds 1991 bijstand en werd door het College aangemeld bij een re-integratiebedrijf om via detachering arbeidservaring op te doen. Na een medisch en arbeidsdeskundig advies van Argonaut, waarin productiewerk werd ontraden, bood het re-integratiebedrijf een arbeidsgewenningplek aan met productiematige werkzaamheden. Appellant weigerde hieraan deel te nemen.
Het College legde daarop een verlaging van de bijstand op wegens onvoldoende medewerking. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat niet duidelijk was welke werkzaamheden appellant moest verrichten en dat niet was aangetoond dat rekening werd gehouden met zijn beperkingen.
Daarom ontbrak verwijtbaarheid aan appellant en handhaving van de maatregel was in strijd met de WWB. De Raad vernietigde het besluit tot verlaging en herroept het eerdere besluit. Tevens veroordeelde de Raad het College tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de bijstand wegens onvoldoende medewerking wordt vernietigd en het eerdere besluit herroepen.