ECLI:NL:CRVB:2010:BK9627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens onjuiste urenopgave zelfstandige
Betrokkene ontving van maart 2004 tot november 2006 een WW-uitkering en gaf op werkbriefjes steeds 8 uur per week als zelfstandige aan, conform een afspraak met zijn re-integratiecoach. Uit onderzoek bleek dat hij in werkelijkheid meer uren werkte, wat leidde tot intrekking en terugvordering van de uitkering over 2005.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens motiveringsgebrek, omdat niet duidelijk was dat betrokkene vanaf januari 2005 niet meer op de afspraak kon vertrouwen. In hoger beroep stelde appellant dat bij hogere omzet betrokkene contact had moeten zoeken met het UWV.
De Raad oordeelde dat de afspraak slechts gold zolang de inkomsten onvoldoende waren om in het levensonderhoud te voorzien. Uit de kwartaalcijfers 2005 bleek niet dat betrokkene al in januari 2005 had moeten weten dat de afspraak niet meer gold. Pas in het tweede halfjaar 2005 had betrokkene de plicht om het UWV te informeren.
Het hoger beroep werd afgewezen en appellant werd veroordeeld in de proceskosten. De Raad bepaalde dat appellant een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de intrekking van de WW-uitkering over 2005 wordt bevestigd.