ECLI:NL:CRVB:2010:BK8579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten en toekenning wettelijke rente wegens overschrijding redelijke termijn in WAO-uitkeringszaak
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV waarin zijn WAO-uitkering werd verlaagd en later ingetrokken. De rechtbank verklaarde deze beroepen ongegrond. Na hoger beroep en heropening van het onderzoek heeft de Raad vastgesteld dat de besluiten van het UWV onterecht waren en deze op 23 februari 2009 werden herroepen, waarbij de oorspronkelijke mate van arbeidsongeschiktheid werd hersteld.
De Raad oordeelde dat met deze besluiten werd erkend dat de eerdere besluiten niet gehandhaafd worden, waardoor de beroepen alsnog gegrond zijn en de eerdere uitspraken en besluiten vernietigd moeten worden. Tevens erkende het UWV de aanspraak van appellant op vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
De Raad stelde vast dat de procedures een overschrijding van de redelijke termijn kenden, zowel in de bestuursrechtelijke als in de rechterlijke fase, waarbij de behandeling van het hoger beroep door de Raad zelf een langdurige periode besloeg. De Raad besloot het onderzoek te heropenen en de Staat der Nederlanden als partij aan te merken voor de beoordeling van het verzoek om schadevergoeding wegens deze termijnoverschrijding.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep, inclusief het betaalde griffierecht. De zaak wordt heropend voor verdere behandeling van het schadevergoedingsverzoek.
Uitkomst: De Raad vernietigt eerdere uitspraken en besluiten, verklaart de beroepen gegrond en veroordeelt het UWV tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.