ECLI:NL:CRVB:2010:BK8318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering onterecht wegens onvoldoende voorlichting over gevolgen
Appellant ontving een bijstandsuitkering en was gestart met een traject voor arbeidsinschakeling. Na beëindiging van dit traject en het niet verschijnen op werk, werd een verlaging van de uitkering met 100% voor twee maanden aangekondigd. Appellant verklaarde daarop zijn uitkering per 1 mei 2006 te willen beëindigen. Het College zag dit als een ondubbelzinnig verzoek tot intrekking van de bijstand en trok de uitkering in.
De Raad oordeelt dat appellant niet goed begreep dat hij na afloop van de verlaging geen recht meer had op bijstand en dat het College hem hierover had moeten informeren. Hierdoor is appellant door het College gedwaald over de gevolgen van zijn verklaring. Het besluit tot intrekking is daarom in strijd met het motiveringsbeginsel en wordt vernietigd.
Ook het besluit tot toekenning van bijstand per 21 augustus 2006, met verlaging van de uitkering, ontbeert een deugdelijke grondslag en wordt vernietigd. De Raad bevestigt echter de opgelegde maatregel van verlaging van de uitkering met 100% gedurende een maand. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand per 1 mei 2006 wordt vernietigd en de bijstand wordt herroepen met terugwerkende kracht toegekend.