ECLI:NL:CRVB:2009:BK9426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar beëindiging toeslag AOW wegens termijnoverschrijding
Appellant, woonachtig in de Westelijke Sahara, ontving een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin de toeslag op zijn AOW-pensioen per 1 januari 2006 werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat hij Marokkaans is en Marokko een verdrag met Nederland heeft, waardoor de beëindiging onterecht zou zijn. De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Appellant stelde beroep in bij de rechtbank, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat was ontvangen. Appellant reageerde niet op het verzoek van de rechtbank om een verklaring voor de termijnoverschrijding. In hoger beroep stelde appellant alleen dat de beëindiging onterecht was. De Svb zag af van verweer.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde anders dan de rechtbank dat appellant niet in verzuim was met het tijdig instellen van het beroep, omdat het beroepschrift ruim binnen de termijn was verzonden. Wel werd bevestigd dat het bezwaar te laat was ingediend en dat de overschrijding niet verschoonbaar was. Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond en bepaalde dat de Svb het betaalde griffierecht aan appellant moest vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.