ECLI:NL:CRVB:2009:BK8777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Vaststellingsovereenkomst FPU-aanvulling en pensioencompensatie bij FPU-ontslag
Appellant was van 1969 tot 2004 in dienst van een universiteit en sloot in 1999 een vaststellingsovereenkomst over FPU-ontslag met een aanvullende FPU-uitkering en compensatie voor pensioenverlies. Bij het bereiken van 61 jaar ging appellant met FPU-ontslag, maar ontving geen FPU-uitkering vanwege een toegekende WAO-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond voor de FPU-aanvulling, maar gegrond voor pensioencompensatie en wettelijke rente. Appellant ging in hoger beroep tegen het oordeel over de FPU-aanvulling. De Raad overwoog dat de overeenkomst niet strikt taalkundig maar ook naar redelijke verwachtingen moet worden uitgelegd.
Appellant stelde aanspraak te maken op 80% van de laatstgenoten bezoldiging als FPU-aanvulling, maar de Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat de garantie van 80% niet betekent dat dit bedrag altijd wordt betaald, maar dat het inkomen minimaal 80% moet bedragen. Een vermeende wijziging naar 85% werd niet erkend.
De Raad stelde vast dat de berekening van de FPU-aanvulling fouten bevatte, erkend door het college, en stelde een correcte totale FPU-aanvulling van €57.829,38 vast. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit over de FPU-aanvulling en stelt deze vast op €57.829,38 met vergoeding van proceskosten aan appellant.