ECLI:NL:CRVB:2009:BK8750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WW-uitkering na herzieningsbesluit
Appellante ontving vanaf 1 juli 2004 een herplaatsingstoelage, een arbeidsongeschiktheidsuitkering en een WW-uitkering. De herplaatsingstoelage werd per 1 januari 2006 beëindigd, maar na bezwaar alsnog doorbetaald. Het UWV vorderde bij besluit van 9 juli 2007 een bedrag van € 1.953 terug wegens te veel betaalde WW-uitkering vanaf 1 januari 2006.
Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering omdat volgens haar een herzieningsbesluit ontbrak. Op 6 september 2007 herzag het UWV de WW-uitkering en vorderde een totaalbedrag van € 2.109,24 terug. Appellante maakte hiertegen geen bezwaar. Het bezwaar van 16 augustus 2007 tegen het eerste besluit werd ongegrond verklaard omdat de herziening rechtens vaststond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het bezwaar mede tegen het herzieningsbesluit had moeten worden behandeld. De Raad oordeelde dat het herzieningsbesluit een ander onderwerp betreft en niet als intrekking of wijziging van het eerste besluit kan worden gezien. Omdat terugvordering dwingend is voorgeschreven en geen dringende redenen tot ontheffing zijn gebleken, bevestigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De terugvordering van te veel betaalde WW-uitkering wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.