ECLI:NL:CRVB:2009:BK8748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over voorschot WW-uitkering bij onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant verzocht op 1 mei 2007 om een WW-uitkering. Het UWV kende hem een voorschot toe waarbij rekening werd gehouden met een maatregel wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen voorafgaand aan zijn werkloosheid. Appellant maakte bezwaar tegen deze maatregel, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hem geen verwijt kon worden gemaakt omdat hij in afwachting was van een afspraak met arbeidsdeskundige J. Schaap en dat hij niet was gewezen op zijn sollicitatieplicht. De Raad overwoog dat de arbeidsdeskundige heeft verklaard geen mededeling te hebben gedaan dat appellant niet hoefde te solliciteren en dat appellant redelijkerwijs wist dat hij werkloos zou worden en daarom inspanningen moest verrichten om werkloosheid te voorkomen.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht rekening heeft gehouden met een maatregel wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen bij de vaststelling van het voorschot op de WW-uitkering. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.