ECLI:NL:CRVB:2009:BK6362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-melding onroerend goed in buitenland
Appellanten ontvingen vanaf 1999 bijstand en bijzondere bijstand. Naar aanleiding van een signaal over onroerend goed in Pakistan is onderzoek gedaan, waaruit bleek dat appellanten eigenaar zijn van meerdere panden. Het College heeft daarop de bijstand ingetrokken vanaf 1 maart 2002 vanwege het niet melden van dit bezit en heeft de onterecht ontvangen bedragen teruggevorderd.
Appellanten maakten bezwaar en stelden dat onroerende zaken alleen meetellen als deze in een officieel register staan. Zij leverden verklaringen over de waarde van het bezit, maar deze werden onvoldoende geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat appellanten de inlichtingenplicht hebben geschonden door het bezit niet te melden en dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het feit dat appellanten strafrechtelijk zijn vrijgesproken van fraude doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de bijstand wordt bevestigd.