ECLI:NL:CRVB:2009:BK5740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens niet opgegeven zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving vanaf 8 januari 2004 een WW-uitkering, met een oriëntatieperiode voor zelfstandige werkzaamheden. Uit onderzoek bleek dat appellant vanaf 2 februari 2004 als zelfstandige werkte, zonder dit aan het Uwv te melden. Het Uwv trok de WW-uitkering met terugwerkende kracht in en vorderde het onverschuldigd betaalde bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij zijn inlichtingenplicht had geschonden. Appellant voerde aan onvoldoende geïnformeerd te zijn en dat zijn echtgenote ook werkte, maar dit weerlegde de Raad. De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat alle gewerkte uren opgegeven moesten worden, ongeacht inkomsten.
De Raad zag geen bijzondere omstandigheden die de terugvordering onaanvaardbaar maken en bevestigde daarom de intrekking en terugvordering van de WW-uitkering over de periode van 2 februari tot 10 oktober 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WW-uitkering terecht is ingetrokken en het onverschuldigd betaalde bedrag teruggevorderd.