ECLI:NL:CRVB:2009:BK4395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos worden door overtreding bedrijfsregels
Appellant was werkzaam als conducteur bij het Gemeentevervoerbedrijf (GVB) en kreeg onvoorwaardelijk ontslag opgelegd wegens ernstig plichtsverzuim. Hij vroeg een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat appellant verwijtbaar werkloos was geworden. De rechtbank verklaarde het beroep van het GVB gegrond en vernietigde het bestreden besluit, waarbij het bezwaar van appellant ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep stelde appellant dat de werkloosheid hem niet volledig kon worden verweten vanwege de omstandigheden en de houding van het GVB. De Raad overwoog dat hoewel niet alle verwijten even ernstig waren, het niet naleven van de depotrichtlijnen en herhaalde overtredingen van bedrijfsregels een blijvende volledige weigering van de WW-uitkering rechtvaardigen.
De Raad concludeerde dat appellant verwijtbaar werkloos is geworden en dat de werkloosheid hem in overwegende mate kan worden verweten. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt daarom bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt verworpen.
Uitkomst: De weigering van de WW-uitkering aan appellant wordt bevestigd wegens verwijtbaar werkloos worden.