ECLI:NL:CRVB:2009:BK3393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onjuiste beoordeling passende arbeid facilitair medewerker
Appellante ontving een WW-uitkering en kreeg een aanbod voor schoonmaakwerkzaamheden als alfahulp, dat zij afwees vanwege gezondheidsklachten en twijfels over de aard van het werk. Het UWV weigerde daarop haar uitkering wegens het niet aanvaarden van passende arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de functie van alfahulp niet passend was en dat het UWV onjuiste informatie had over de aard van de aangeboden werkzaamheden. Het UWV stelde dat het ging om een gecombineerde functie van facilitair medewerker met schoonmaakwerkzaamheden op kantoren en alfahulp bij mensen thuis.
De Raad oordeelde dat de functie van facilitair medewerker wezenlijk verschilt van die van alfahulp en dat het UWV geen juist beeld had van de aangeboden arbeid. Omdat de feiten waarop het besluit was gebaseerd onjuist waren, was ook de conclusie dat de arbeid passend was onjuist. De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen, waarbij ook de omvang van de aangeboden arbeid nader moet worden onderzocht.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen over het bezwaar van appellante.