ECLI:NL:CRVB:2009:BK3190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inhouding premies op Remigratie-uitkering conform Verdrag met Marokko
Appellant, woonachtig in Marokko, ontving een WAO-uitkering en een Remigratie-uitkering. De Sociale verzekeringsbank (Svb) hield vanaf 1 november 2004 premies in voor de Ziekenfondswet en de Algemene wet bijzondere ziektekosten op de Remigratie-uitkering, op grond van een wijziging in het Verdrag met Marokko.
Appellant maakte bezwaar tegen deze inhouding, stellende dat de premie te hoog is gezien de beschikbare zorg in Marokko en dat hij liever vrijwillig verzekerd zou zijn. De Svb verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep herhaalt de Raad dat de inhouding van premies volledig in overeenstemming is met de Nederlandse wetgeving en het Verdrag met Marokko. De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak van 18 oktober 2007 waarin werd vastgesteld dat er geen schending is van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de eerdere uitspraak. Tevens ziet de Raad geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de inhouding van premies op de Remigratie-uitkering als rechtmatig en wijst het hoger beroep af.