Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK2516

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-6823 WW + 08-6735 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene wet bestuursrecht Art. 8:75Werkloosheidswet (WW)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling juistheid vaststelling gemiddeld aantal arbeidsuren voor WW-uitkering

In deze zaak staat de juiste vaststelling van het gemiddeld aantal arbeidsuren (gaa) centraal bij de bepaling van de omvang van het recht op WW-uitkering van betrokkene. Het UWV had het recht op uitkering vastgesteld op basis van een gaa van 17 uur en 46 minuten, terwijl de rechtbank Maastricht oordeelde dat dit onjuist was en dat het gaa 29 uur en 1 minuut had moeten zijn.

Het geschil betreft de periode van 6 februari 2006 tot en met 5 maart 2006, waarbij het UWV het recht op uitkering herzag en het recht vanaf 13 februari 2006 verlaagde vanwege meer gewerkte uren. De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV en gaf betrokkene gelijk.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de rechtbank het gemiddeld aantal arbeidsuren heeft verward met het arbeidsurenverlies. Het UWV is terecht uitgegaan van het arbeidsurenverlies van 17 uur en 46 minuten als omvang van het recht, terwijl het gaa 29 uur en 1 minuut bedroeg. De Raad ziet geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het UWV onjuist heeft gehandeld en verklaart de beroepen ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.

Uitkomst: De beroepen van het UWV en betrokkene worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.

Uitspraak

08/6823 WW
08/6735 WW
Centrale Raad van Beroep
meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op de hoger beroepen van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
en
[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene),
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 13 november 2008, 07/1993 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
betrokkene
en
het Uwv.
Datum uitspraak: 28 oktober 2009.
I. PROCESVERLOOP
Het Uwv en, namens betrokkene, mr. A.C.S. Grégoire, advocaat te Geleen, hebben hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft met betrekking tot het hoger beroep van betrokkene een verweerschrift ingediend.
Mr. Grégoire heeft met betrekking tot het hoger beroep van het Uwv een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 18 juni 2009 is namens [naam stichting]s bericht dat de Stichting niet deelneemt aan het geding.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 september 2009. Voor betrokkene is verschenen mr. Grégoire voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door F.G.E. Houtbeckers.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW), alsmede de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.
2. Voor een overzicht van de voorgeschiedenis verwijst de Raad naar zijn uitspraak van heden onder de nummers 07/6231 WW en 07/6232 AW en volstaat met het volgende.
2.1. Bij besluit van 17 maart 2006 heeft het Uwv naar aanleiding van het door betrokkene ingediende werkbriefje over de periode 6 februari 2006 tot en met 5 maart 2006 (weken 6 t/m 9) het recht op uitkering van betrokkene opnieuw vastgesteld vanaf 6 februari 2006 naar een omvang van 17 uur en 46 minuten. Vanaf 13 februari 2006 (week 7) is de omvang van de uitkering lager omdat betrokkene meer is gaan werken en is het recht bepaald op 8 uur en 42 minuten. In week 9 is het recht beëindigd vanwege het ontstaan van een nieuw recht. Bij besluit van 22 oktober 2007, het bestreden besluit, heeft het Uwv het primaire besluit van 17 maart 2006 gehandhaafd.
2.2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en heeft zij dat besluit vernietigd met beslissingen over vergoeding van proceskosten en griffierecht. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het Uwv bij de vaststelling van de herleving van het recht met ingang van 6 februari 2006 en bij de vaststelling van de omvang van het recht na korting van de gewerkte uren vanaf 13 februari 2006 ten onrechte is uitgegaan van het gemiddeld aantal arbeidsuren (gaa) van 17 uur en 46 minuten in plaats van het gaa van 29 uur en 1 minuut.
3. Het Uwv heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat de rechtbank het gaa heeft verward met het arbeidsurenverlies. De omvang van het oorspronkelijke recht op WW-uitkering was gelijk aan het arbeidsurenverlies van 17 uur en 46 minuten, waarbij het gaa 29 uur en 1 minuut bedroeg.
3.1. Betrokkene betoogt in hoger beroep dat ook in deze procedure het gaa onjuist is berekend omdat de na-schoolse uren niet bij de berekening zijn meegenomen.
4. De Raad, oordelend over de aangevallen uitspraak, overweegt als volgt.
4.1. De Raad ziet anders dan de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het Uwv bij de vaststelling van de omvang van het recht op WW-uitkering van een onjuist gemiddeld aantal arbeidsuren is uitgegaan. Met betrekking tot hetgeen betrokkene heeft aangevoerd over het aantal feitelijke arbeidsuren dat zij bij Triade werkte verwijst de Raad naar de overwegingen in de uitspraak die onder 2 is vermeld. De Raad is evenmin gebleken dat het Uwv het arbeidsurenverlies op de hier in geding zijnde data, dat bepalend is voor de omvang van het recht op WW-uitkering per die data, op onjuiste wijze heeft berekend.
4.2. Het vorenstaande leidt ertoe dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt en dat de beroepen ongegrond dienen te worden verklaard.
5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier als voorzitter en B.M. van Dun en F.J.L. Pennings als leden, in tegenwoordigheid van I. Mos als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2009.
(get.) H.G. Rottier.
(get.) I. Mos.
BvW