ECLI:NL:CRVB:2009:BK0756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontving vanaf 27 augustus 2003 bijstand op grond van de WWB. Het College stelde vast dat appellante niet alle bankrekeningen had opgegeven en onvoldoende medewerking verleende aan het vestigen van een krediethypotheek. Hierdoor werden meerdere besluiten genomen tot tijdelijke blokkering, opschorting en intrekking van de bijstand, alsmede terugvordering van kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit dat het bezwaar tegen de intrekking niet-ontvankelijk was, waarbij de rechtsgevolgen werden gehandhaafd. Appellante stelde dat haar hoorplicht was geschonden, maar de Raad oordeelde dat het College haar voldoende gelegenheid had gegeven tot horen. De Raad stelde vast dat appellante niet had voldaan aan haar inlichtingenplicht en niet had meegewerkt aan de hypotheekakte.
De Raad vernietigde het besluit van 30 augustus 2006 voor zover het betrekking had op de intrekking en terugvordering, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat het recht op bijstand nihil was. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellante en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit tot intrekking en terugvordering deels, verklaart het bezwaar tegen intrekking ongegrond en handhaaft de rechtsgevolgen.