ECLI:NL:CRVB:2009:BK0750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Betrokkene heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend wegens overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursrechtelijke procedure tegen het UWV. De procedure betrof een bezwaar- en beroepsfase die in totaal ruim zes jaar duurde, waarbij de redelijke termijn met twee jaar en drie maanden werd overschreden.
De Raad stelde vast dat het UWV en de rechtbank de redelijke termijn hebben geschonden, waarbij het UWV een aandeel van ongeveer een maand had in de overschrijding. De Staat erkende de overschrijding in de rechterlijke fase en stelde een vergoeding van € 2.000,- voor. Betrokkene vorderde een totale schadevergoeding van € 2.500,-.
De Raad beoordeelde de omstandigheden van het geval, waaronder de complexiteit van de zaak, het procesverloop en het belang van betrokkene, en concludeerde dat een vergoeding van vijf maal € 500,- passend was. Hiervan werd € 500,- toegerekend aan het UWV en € 2.000,- aan de Staat. Daarnaast werden de proceskosten van € 322,- verdeeld over beide partijen.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 oktober 2009.
Uitkomst: De Staat en het UWV worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van respectievelijk € 2.000,- en € 500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.