ECLI:NL:CRVB:2008:BG8372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting belastbaarheid en overschrijding redelijke termijn
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard sinds 1992 vanwege rugklachten, kreeg zijn WAO-uitkering herzien door het Uwv naar een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse van 65 tot 80% met een duurbeperking van 4 uur per dag en 20 uur per week. Appellant betwistte deze beoordeling en stelde zwaardere beperkingen vast, waaronder een chronisch pijnsyndroom en neuropathische pijnklachten, onderbouwd door orthopedisch chirurgen en revalidatie-artsen.
De rechtbank oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het Uwv voldoende was, maar verklaarde het beroep gegrond wegens onvoldoende inzichtelijke motivering van de voorgehouden functies, waarna het besluit werd vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand bleven. In hoger beroep bevestigde de Raad de beoordeling van het Uwv en de rechtbank, oordeelde dat de duurbeperking passend is en dat de voorgehouden functies adequaat zijn gemotiveerd.
De Raad constateerde een vermoeden van overschrijding van de redelijke termijn in zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase, wat aanleiding gaf tot heropening van het onderzoek met de Staat der Nederlanden als partij. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant, maar wees een hoger toegekende vergoeding voor medisch advies af wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd met een arbeidsongeschiktheidsklasse van 65-80%, proceskosten en griffierecht worden aan appellant vergoed, en het onderzoek naar overschrijding van de redelijke termijn wordt heropend.