ECLI:NL:CRVB:2009:BK0715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping maatregel bijstand wegens ontbreken verwijtbaar arbeidsbelemmerend gedrag
Betrokkene ontving sinds maart 2005 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een arbeidsovereenkomst met proeftijd werd de bijstand beëindigd omdat betrokkene een inkomen zou hebben boven de norm. Na een ziekmelding op 3 mei 2006 werd de detachering stopgezet en het dienstverband beëindigd. Appellant legde een maatregel op van 100% verlaging van de bijstand wegens het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, later verminderd naar 20%.
De rechtbank Arnhem vernietigde dit besluit omdat niet zonder nader medisch onderzoek kon worden vastgesteld dat betrokkene verwijtbaar arbeidsbelemmerend gedrag had vertoond. De ziekmelding was geaccepteerd door de Stichting Uitzicht en medische verklaringen bevestigden spanningsklachten. Appellant liet geen aanvullend medisch onderzoek verrichten in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en stelt dat het op appellant rust om aan te tonen dat de ziekmelding niet op medische gronden berust. Gezien het ontbreken van nader onderzoek en het eerdere oordeel, wordt de maatregel herroepen. Tevens wordt appellant veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De maatregel op de bijstand van betrokkene wordt herroepen wegens ontbreken van bewijs voor verwijtbaar arbeidsbelemmerend gedrag.