ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Berekening opzegtermijn bij ontslag curator volgens overgangsrecht Wet Flexibiliteit en zekerheid
Betrokkene was sinds 1976 in dienst van zijn werkgever, die in januari 2007 failliet werd verklaard. De curator heeft betrokkene ontslagen met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn, vastgesteld op 9 april 2007. Betrokkene maakte bezwaar tegen de berekening van deze termijn, stellende dat op grond van de toepasselijke cao een langere opzegtermijn van 18 maanden zou gelden.
De rechtbank gaf betrokkene gelijk en vernietigde de besluiten van het UWV. Het UWV ging in hoger beroep en stelde dat op grond van artikel XXI van de Wet Flexibiliteit en zekerheid het overgangsrecht geldt, waarbij de opzegtermijn volgens het oude artikel 40, derde lid, van de Faillissementswet (Fw) van vóór 1 januari 1999 bepalend is, indien deze langer is dan de nieuwe termijn van zes weken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de opzegtermijn van twaalf weken volgens het oude recht inderdaad langer is dan de nieuwe termijn van zes weken en dus van toepassing blijft. Verder wees de Raad het beroep van betrokkene af, omdat deze de toepasselijkheid van het overgangsrecht en de beperking van verdere opbouw van de opzegtermijn na 1 januari 1999 miskende.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van het UWV ongegrond, waarmee de berekening van de opzegtermijn en de einddatum van de faillissementsuitkering op 9 april 2007 correct werden bevonden.
Uitkomst: De Raad verklaart het hoger beroep van het UWV ongegrond en bevestigt de correcte berekening van de opzegtermijn tot 9 april 2007.