ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische grondslag
Appellant stelde zich in hoger beroep tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering door het UWV per 31 oktober 2006. De rechtbank had geoordeeld dat de medische gegevens en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) een juiste inschatting van zijn belastbaarheid gaven en dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd passend waren.
De Centrale Raad van Beroep volgde dit oordeel en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek niet onjuist of onzorgvuldig was. Nieuwe medische verklaringen van na de datum in geding konden de beoordeling niet wijzigen. Ook werd geoordeeld dat de verzekeringsgeneeskundige protocollen die later zijn ingevoerd niet relevant waren voor het tijdstip van het besluit.
Verder werden grieven over het opleidingsniveau, functieniveau, en beperkingen in leidinggeven verworpen, omdat de functies geen hogere opleiding of leidinggevende taken vereisten en appellant binnen zijn belastbaarheid kon functioneren. De Raad wees ook op onvoldoende onderbouwing van de grieven en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 31 oktober 2006.