ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onjuiste procedure en bevestiging medische beoordeling
Appellante, die sinds 1998 arbeidsongeschikt is wegens psychische en rugklachten, kreeg in 1999 een WAO-uitkering toegekend. Het UWV trok deze uitkering in 2006 in na medische en arbeidskundige beoordelingen die stelden dat appellante geschikt was voor bepaalde functies. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep gegrond wegens een procedurele fout bij de berekening van de arbeidsongeschiktheid, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen werden onderschat en verzocht zij om benoeming van een medisch deskundige. De Raad overwoog dat de medische rapporten, waaronder die van neuropsychiater Minnekeer, voldoende waren en dat de aanvullende brieven van psychiater Martens geen nieuwe relevante gegevens bevatten. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als toereikend beoordeeld.
De Raad stelde vast dat de rechtbank de zaak niet rechtsgeldig had behandeld, omdat de nadere zitting niet correct was afgedaan zonder toestemming van het UWV. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd, maar de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens procedurele fouten.