ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft zijn werkzaamheden gestaakt wegens psychische klachten en vroeg een WAO-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank bevestigde dit besluit op basis van rapporten van een door haar geraadpleegde deskundige en arbeidskundige onderbouwing.
Appellant was het niet eens met deze beoordeling en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat en dat hij de voorgestelde functies niet kon verrichten. De Raad hechtte beslissende waarde aan het oordeel van de onafhankelijke deskundige die zijn conclusies na confrontatie met de visie van appellant serieus had heroverwogen en vond het onderzoek volledig en zorgvuldig.
De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe gegevens had overgelegd die aanleiding gaven tot twijfel aan het deskundigenoordeel. De functies die appellant zou kunnen verrichten waren toereikend gemotiveerd, inclusief de mogelijkheid tot het volgen van een korte cursus. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd, evenals de uitspraak van de rechtbank, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand.
Verder oordeelde de Raad dat de redelijke termijn in de rechterlijke fase was overschreden en besloot het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens deze overschrijding. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, met instandhouding van de rechtsgevolgen.