ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3671
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na beoordeling draagkracht en inkomen
Appellante kreeg bijstand verleend die door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd teruggevorderd. De draagkracht van appellante werd vastgesteld op €152,09 per maand, met een aflossingsbedrag van €75,45 per maand vanaf 1 april 2006. Het College nam bij de draagkrachtberekening automatische bankstortingen van gemiddeld tweemaal €70 per maand mee als inkomen.
Appellante betwistte dat deze stortingen inkomen waren en stelde dat het ging om terugbetalingen van een lening door haar moeder. De Raad concludeerde echter dat de schriftelijke verklaring van de moeder onvoldoende bewijs leverde voor een geldleningsovereenkomst en dat de stortingen terecht als inkomen zijn aangemerkt.
De Raad verwierp het verweer van appellante dat de overschrijding van de termijn voor bezwaarbehandeling tot omkering van de bewijslast zou leiden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand bevestigd.