ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2486
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- A.A.H. Schifferstein
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en toekenning WAZ-uitkering op basis van arbeidsongeschiktheid
Appellant, een zelfstandig touroperator, meldde begin 2005 arbeidsongeschiktheid bij het UWV. Na medische en arbeidskundige beoordeling kende het UWV hem een WAZ-uitkering toe vanaf 12 februari 2005, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Tegelijkertijd werd een WIA-uitkering geweigerd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn per einde wachttijd.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat zijn arbeidsongeschiktheid al vóór 14 februari 2004 was ingetreden en dat de rechtbank onzorgvuldig had gehandeld door geen deskundige in te schakelen en geen rekening te houden met zijn particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering. Ook stelde hij dat de arts die hem keurde niet geregistreerd was. De Raad beperkte zich tot de eerste dag van arbeidsongeschiktheid en de geschiktheid van de geduide functies.
De Raad stelde vast dat de datum van arbeidsongeschiktheid uitgangspunt is die appellant zelf bij zijn aanvraag had genoemd, te weten 14 februari 2004. Dit werd bevestigd door een brief van zijn particuliere verzekeraar en het tijdstip van zijn eerste huisartsbezoek. Er was geen bewijs dat de arbeidsongeschiktheid eerder was ingetreden. De arbeidskundige beoordeling toonde aan dat appellant passend was voor de functies waarop de besluiten waren gebaseerd, ondanks lichte beperkingen in zitten en autorijden.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Groningen. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De beslissing werd uitgesproken door voorzitter Schuttel en leden Schifferstein en Kruisdijk.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en handhaaft de toekenning van de WAZ-uitkering.