ECLI:NL:CRVB:2015:2754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering en geen heropening WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant ontving tot 1 maart 2005 een WAO-uitkering wegens psychische klachten, die werd beëindigd. Daarna ontving hij een WW-uitkering tot 5 april 2010 en was hij vrijwillig verzekerd voor de Wet WIA. Op 4 mei 2012 vroeg appellant een WIA-uitkering aan met als eerste arbeidsongeschiktheidsdag 27 augustus 2010.
Het UWV stelde echter vast dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag 18 maart 2010 was, omdat appellant toen door de huisarts werd doorverwezen naar de GGZ. Dit leidde tot afwijzing van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was per 16 maart 2012. Ook werd de heropening van de WAO-uitkering geweigerd omdat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag buiten de vijfjaarstermijn viel.
De rechtbank verklaarde het beroep grotendeels ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht 18 maart 2010 als eerste arbeidsongeschiktheidsdag had vastgesteld en dat de FML correct was toegepast. In hoger beroep betoogde appellant dat de rapporten onzorgvuldig waren en dat een latere datum als eerste arbeidsongeschiktheidsdag moest gelden, maar de Raad volgde dit niet.
De Raad concludeerde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de FML juist was vastgesteld. De geselecteerde functies waren passend en appellant had geen aanspraak op heropening van de WAO-uitkering. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de WIA-uitkering en weigering tot heropening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.