ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- M.C.M. van Laar
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en intrekking WAO-uitkering na werkzaamheden
Appellant was in hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank die het Uwv in het gelijk stelden omtrent het terugvorderen van onverschuldigde WAO-uitkeringen en het intrekken van de WAO-uitkering na drie jaar werkzaamheden.
Het geschil betrof de toepassing van artikel 44 van Pro de WAO, waarbij het Uwv de WAO-uitkering met terugwerkende kracht op nihil stelde wegens inkomsten uit arbeid die niet waren opgegeven volgens het Uwv. Appellant betwistte de schending van zijn inlichtingenplicht en stelde dat de communicatie met het Uwv correct was verlopen.
De Raad oordeelde dat appellant niet aan zijn inlichtingenplicht had voldaan omdat hij niet de gevraagde documenten had verstrekt. De terugvordering van €13.025,63 was terecht omdat appellant redelijkerwijs had kunnen weten dat zijn inkomsten invloed hadden op de uitkering. Tevens werd bevestigd dat na drie jaar passende arbeid de WAO-uitkering terecht werd ingetrokken.
De Raad verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel en benadrukte dat het Uwv consistent en rechtmatig heeft gehandeld volgens de geldende richtlijnen en wetgeving. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €13.025,63 en de intrekking van de WAO-uitkering na drie jaar passende arbeid.