ECLI:NL:CRVB:2009:BI5901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens juiste vaststelling belastbaarheid
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, die was gebaseerd op de conclusie dat zij niet langer arbeidsongeschikt was voor haar eigen werk als lerares Engels. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de arbeidsongeschiktheid medisch objectief was vastgesteld en dat de klachten van appellante onvoldoende geobjectiveerd waren om een andere conclusie te rechtvaardigen.
In hoger beroep richt het geschil zich op de vraag of de belastbaarheid van appellante te optimistisch is ingeschat en of een urenbeperking nog van toepassing moet zijn. De Raad oordeelt dat de beschikbare medische gegevens, waaronder het rapport van de bezwaarverzekeringsarts, een normaal dagritme en normale functionele mogelijkheden aantonen, en dat eerdere urenbeperkingen niet meer relevant zijn.
De Raad concludeert dat er geen nieuwe feiten of medische argumenten zijn die aanleiding geven tot herziening van het oordeel van de rechtbank. De intrekking van de WAO-uitkering blijft daarmee gehandhaafd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 mei 2009.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de belastbaarheid van appellante juist is vastgesteld en geen urenbeperking meer geldt.