ECLI:NL:CRVB:2009:BI3744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en taalbeheersing
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering, die was toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV had de uitkering ingetrokken per 2 februari 2006 omdat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. De rechtbank Arnhem vernietigde dit besluit, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigt nu het besluit van het UWV.
Appellante voerde aan dat haar beperkingen niet juist waren vastgesteld en dat onvoldoende rekening was gehouden met het psychiatrisch rapport van haar behandelend psychiater. Tevens stelde zij dat zij de Nederlandse taal niet beheerst, wat volgens haar betekende dat zij niet aan de functie-eisen kon voldoen. De Raad concludeerde echter dat appellante niet door ziekte of gebrek verhinderd is de Nederlandse taal te leren, en dat de functies waarvoor zij geschikt wordt geacht relatief eenvoudig zijn.
De Raad onderschrijft daarmee de overwegingen van de rechtbank en wijst op de wettelijke bepalingen in het Schattingsbesluit 2004 en de WAO die eisen stellen aan de taalbeheersing als een noodzakelijke bekwaamheid voor arbeid. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante onvoldoende arbeidsongeschikt is en niet door ziekte of gebrek verhinderd is de Nederlandse taal te leren.