ECLI:NL:CRVB:2009:BI0581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, voormalig plaatwerker, ontving een WAO-uitkering en meldde zich in maart 2006 ziek met psychische klachten. Na onderzoek door verzekeringsarts Manbodh werd appellant per 19 juni 2006 hersteld verklaard voor de bij de eerdere WAO-beoordeling geselecteerde functies. Het Uwv beëindigde daarop het ziekengeld. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard na nader onderzoek door bezwaarverzekeringsarts Weegink.
In hoger beroep stelde appellant dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was omdat het niet door een volledig opgeleide verzekeringsarts was uitgevoerd. De Raad oordeelde dat een beoordeling in het kader van de Ziektewet niet aan kwaliteitseisen tekortschiet wanneer deze door een verzekeringsarts in opleiding is verricht. Tevens concludeerde de Raad dat appellant geschikt is voor ten minste één van de bij WAO geselecteerde functies, zodat geen sprake is van ongeschiktheid in de zin van de Ziektewet.
De Raad verwierp verder de door appellant overgelegde rapportage van Instituut Psychosofia, die geen ander licht wierp op de medische situatie. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam, waarin het beroep van appellant ongegrond werd verklaard, werd bevestigd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld wordt bevestigd als beëindigd per 19 juni 2006.