ECLI:NL:CRVB:2009:BH6270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over herziening en terugvordering faillissements- en WW-uitkering
Appellant ontving een faillissementsuitkering en een WW-uitkering over de periode 1 januari 2000 tot en met mei 2000. Het Uwv herzag deze uitkeringen en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug, waarbij tevens boetes werden opgelegd wegens het niet nakomen van informatieverplichtingen.
De rechtbank Almelo verklaarde eerdere besluiten van het Uwv niet rechtsgeldig en beval hernieuwde besluitvorming. Het Uwv nam daarop twee nieuwe besluiten: een herziening van de WW-uitkering en een herziening van de faillissementsuitkering met terugvordering en boete. Tegen het besluit inzake de faillissementsuitkering werd beroep ingesteld, dat door de rechtbank Zwolle-Lelystad ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep betoogde appellant dat het besluit over de WW-uitkering ook de faillissementsuitkering omvatte, waardoor de terugvordering en boete niet meer van toepassing zouden zijn. De Raad oordeelde echter dat het besluit van 22 juli 2005 uitsluitend betrekking had op de WW-uitkering en dat er geen sprake was van een rechtens te honoreren vertrouwen dat het Uwv zou afzien van terugvordering en boete voor de faillissementsuitkering.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat het bestreden besluit standhoudt en wees het hoger beroep af. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.