ECLI:NL:CRVB:2009:BH3847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij en overschrijding vermogensgrens
Appellanten ontvingen bijstand van het College van burgemeester en wethouders van Groningen. Naar aanleiding van vermoedens van het bezit van een auto boven het vrij te laten vermogen en het voeren van een gezamenlijke huishouding, werd een onderzoek ingesteld. Dit leidde tot besluiten tot herziening, intrekking en terugvordering van bijstand over diverse periodes, onder meer wegens inkomsten uit hennepkweek en overschrijding van de vermogensgrens.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en gaf gedeeltelijk gehoor aan het beroep van appellant. In hoger beroep richtten appellanten zich tegen de intrekking van bijstand over bepaalde periodes en de terugvordering van kosten, alsmede tegen een verzoek tot schadevergoeding.
De Raad oordeelt dat het College terecht de bijstand introk over de periode van 26 november 2001 tot en met 24 juli 2002 vanwege hennepkwekerij, gebaseerd op stroomverbruik en verklaringen. Tevens was het College bevoegd de bijstand over de periode van 30 oktober 2003 tot en met 28 februari 2004 in te trekken wegens het bezit van een zomerhuisje dat als vermogen werd aangemerkt. De terugvordering van bijstandskosten is eveneens gegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.