ECLI:NL:CRVB:2009:BH1648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW- en bovenwettelijke werkloosheidsuitkering na strafontslag politie
Appellant was werkzaam bij de politieregio en kreeg op 30 augustus 2004 ongevraagd strafontslag opgelegd vanwege verwijtbaar gedrag. Naar aanleiding van zijn aanvraag voor een WW-uitkering heeft het UWV deze uitkering geweigerd omdat appellant verwijtbaar werkloos is geworden. Ook de korpsbeheerder weigerde de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen de weigeringen eveneens ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad overweegt dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn gedragingen tot beëindiging van zijn dienstbetrekking zouden leiden en dat het verwijtbaar werkloos worden hem kan worden toegerekend. Daarom is het standpunt van het UWV en de korpsbeheerder dat de uitkeringen geweigerd moeten worden, terecht. De Raad bevestigt de eerdere uitspraken en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van WW- en bovenwettelijke werkloosheidsuitkering wegens verwijtbaar werkloos worden na strafontslag.