ECLI:NL:CRVB:2008:BG9851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en vermindering terugvordering wegens te veel betaalde WW-uitkering door systeemfouten
Appellante ontving vanaf maart 2002 een WW-uitkering die meerdere malen werd aangepast op basis van door haar opgegeven gewerkte uren. Later bleek dat door systeemfouten in 2003 en het niet verrekenen van een voorschot in december 2002 een bedrag van €8.853,04 te veel was uitbetaald. Het Uwv vorderde dit bedrag terug, verdeeld in twee vorderingen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond voor de eerste vordering en gegrond voor de tweede, waarbij de tweede vordering werd verminderd tot €1.723,42. In hoger beroep betoogde appellante dat de specificatie van het Uwv onduidelijk en inconsistent was, waardoor zij niet kon controleren of de terugvordering correct was.
Het Uwv erkende een vermindering van €1.171,05 op de eerste vordering wegens nieuw beleid omtrent de brutering van het voorschot. Hierdoor kwam de totale terugvordering op €7.383,48. De Raad oordeelde dat het Uwv voldoende inzicht had gegeven in de omvang van de terugvordering en dat appellante redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de betalingen onjuist waren.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het bestreden besluit, stelde de terugvordering vast op €7.383,48 en veroordeelde het Uwv in de proceskosten van appellante. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: De terugvordering van de teveel betaalde WW-uitkering wordt vastgesteld op €7.383,48 en het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten.