ECLI:NL:CRVB:2008:BG8451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens passende functies binnen beperkte mogelijkheden appellant
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem geen WAZ-uitkering toe te kennen, omdat hij minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn. Na eerdere procedures vernietigde de Raad het oorspronkelijke besluit wegens onvoldoende onderbouwing van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen met een juiste schattingsgrondslag.
De bezwaararbeidsdeskundige voerde een nieuw onderzoek uit en concludeerde dat de functies metaalbuiger, stikster en monteur passend waren en dat appellant geen arbeidsongeschiktheid had. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond, waarbij alleen de arbeidskundige grondslag ter beoordeling stond.
In hoger beroep betwist appellant dat de functies passend zijn, maar de Raad stelt vast dat de rechtbank de grieven van appellant voldoende heeft gemotiveerd en dat de functies aansluiten bij zijn psychische beperkingen. De Raad bevestigt dat de functies binnen de beperkte mogelijkheden van appellant liggen en dat er geen sprake is van ongeoorloofde relativering van de belasting.
De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAZ-uitkering bevestigd.