ECLI:NL:CRVB:2008:BG7980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum toekenning bijstand bij aanvraag volgens WWB en Besluit SUWI
Betrokkene vroeg op 5 augustus 2005 een bijstandsuitkering aan bij de gemeente Edam-Volendam. De gemeente stelde de ingangsdatum van de bijstand vast op 18 oktober 2005, terwijl betrokkene meende dat deze op 1 augustus 2005 moest ingaan. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van de gemeente, omdat de gehanteerde ingangsdatum niet in overeenstemming was met de wet- en regelgeving.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad stelde vast dat de gemeente een praktijk hanteerde waarbij belanghebbenden aanvraagformulieren kregen uitgereikt met de instructie deze tijdens spreekuren in te leveren, zonder direct een afspraak te maken om de aanvraag in ontvangst te nemen. Dit is in strijd met artikel 2.3, derde lid, van het Besluit SUWI, dat vereist dat na melding een afspraak wordt gemaakt om de aanvraag zo spoedig mogelijk in ontvangst te nemen.
De Raad concludeerde dat betrokkene met haar bezoek op 5 augustus 2005 voldoende intentie tot melding had getoond en dat de gemeente verplicht was om direct een afspraak te maken voor de aanvraag. Hierdoor had de ingangsdatum van de bijstand eerder moeten worden vastgesteld. Het hoger beroep van de gemeente werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente wordt verworpen en de ingangsdatum van de bijstand wordt vastgesteld op het moment van melding op 5 augustus 2005.