ECLI:NL:CRVB:2010:BM8077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum bijstandsuitkering na late aanvraag ondanks eerdere melding
Appellant ontving tot februari 2007 bijstand en meldde zich op 5 juni 2007 bij de CWI voor een nieuwe bijstandsuitkering. Tijdens het gesprek weigerde hij gevraagde informatie te verstrekken, waarna hij het gesprek beëindigde zonder aanvraag of vervolgafspraak.
Na een klacht informeerde het College appellant over de voorwaarden voor bijstand bij gebruik van een postadres en gaf aan een nieuwe melding in behandeling te nemen. Appellant deed op 19 juli 2007 een nieuwe melding en kreeg bijstand toegekend met ingang van die datum. Het bezwaar tegen deze ingangsdatum werd door het College en rechtbank ongegrond verklaard.
De Raad overwoog dat volgens de WWB de bijstand in principe ingaat op de dag van melding, tenzij de aanvraag verwijtbaar te laat wordt ingediend. Omdat appellant op 5 juni 2007 weigerde informatie te verstrekken en pas zes weken later een aanvraag indiende, was sprake van verwijtbare vertraging. De Raad bevestigde daarom de ingangsdatum van 19 juli 2007 en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstandsuitkering wordt bevestigd op 19 juli 2007 vanwege verwijtbare late indiening van de aanvraag.