ECLI:NL:CRVB:2008:BG3650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Geen besluit bij mededeling arbeidsverplichtingen in bijstandszaak
Appellante ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd bij besluit van 31 oktober 2005 door het College van burgemeester en wethouders van Utrecht aangemerkt als arbeidsgehandicapte. Tegelijkertijd werd haar meegedeeld dat zij verplicht is mee te werken aan begeleiding en dat haar arbeidsverplichtingen onverkort blijven bestaan. Appellante maakte bezwaar tegen deze mededeling, maar het College verklaarde dit bezwaar ongegrond bij besluit van 10 mei 2006.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep stelt appellante dat zij bijstand wenst zonder de opgelegde arbeidsverplichtingen en dat bij de keuring onvoldoende rekening is gehouden met haar levensvisie. De Raad stelt ambtshalve vast dat het bezwaar niet gericht was tegen een besluit, maar tegen een mededeling die geen rechtsgevolg heeft.
De Raad oordeelt dat de mededeling slechts een herinnering is aan reeds bestaande arbeidsverplichtingen die van rechtswege aan de bijstand zijn verbonden en geen besluit vormt waarop bezwaar kan worden gemaakt. Daarom vernietigt de Raad het bestreden uitspraak en het besluit van 10 mei 2006, verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk en bepaalt dat de gemeente het betaalde griffierecht aan appellante vergoedt.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de mededeling over arbeidsverplichtingen is niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 10 mei 2006 vernietigd.