ECLI:NL:CRVB:2010:BM7454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.C.P. Venema
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen brief over inburgeringstraject en bijstandsverplichting
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College stuurde op 24 september 2008 een brief waarin appellant werd geïnformeerd over zijn aanmelding voor een inburgeringstraject en de verwachting dat hij hieraan zou meewerken. Tevens werd vermeld dat niet of onvoldoende meewerken gevolgen kon hebben voor zijn uitkering, met verwijzing naar relevante wetsartikelen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, maar het College verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de brief wel rechtsgevolgen had omdat het een verplichting tot medewerking oplegde. De Raad oordeelde echter dat de brief slechts een herinnering betrof aan een reeds bestaande verplichting en geen wijziging in de rechtspositie van appellant bracht. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en deed de uitspraak in aanwezigheid van de voorzitter en leden van de meervoudige kamer.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief over het inburgeringtraject is terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit met rechtsgevolgen is.