ECLI:NL:CRVB:2008:BG3290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens valse identiteit en niet-rechtmatig verblijf
Appellante, geboren in Irak, vroeg in 1997 bijstand aan met gebruikmaking van een identiteitsbewijs op naam van een ander. Het College van B&W van Enschede kende bijstand toe op basis van deze valse identiteit. Later bleek uit onderzoek dat appellante fraude pleegde door zich voor een ander uit te geven, wat leidde tot intrekking en terugvordering van de bijstand.
De rechtbank vernietigde het besluit tot intrekking vanwege onvoldoende motivering, maar erkende dat het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering. In hoger beroep bevestigt de Raad dat appellante haar inlichtingenplicht schond en niet rechtmatig in Nederland verbleef, waardoor zij geen recht had op bijstand.
De Raad oordeelt dat het College terecht de bijstand introk en terugvorderde, maar vernietigt het besluit van 15 april 2008 wegens motiveringsgebrek omtrent de intrekking. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter in stand. Ook ziet de Raad geen dringende of doelmatigheidsredenen om af te zien van terugvordering. De gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de terugvordering van bijstand blijft gehandhaafd.