ECLI:NL:CRVB:2008:BG1815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering voorschot bijstand aan gezinsleden na afwijzing aanvraag
In deze zaak is appellante samen met een gezinslid, [C.], geconfronteerd met een terugvordering van voorschotten bijstand die door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel zijn verleend. De aanvraag om algemene bijstand was door [C.] mede ten behoeve van appellante ingediend, maar uiteindelijk afgewezen. Het College had vervolgens de verstrekte voorschotten teruggevorderd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB).
De rechtbank had het beroep van appellante en [C.] tegen de terugvordering ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de voorschotten aan appellante en [C.] als gezin zijn verleend, waardoor zij hoofdelijk aansprakelijk zijn voor terugbetaling. Het feit dat appellante zelf geen aanvraag heeft ingediend en beweert niet op de hoogte te zijn geweest, leidt niet tot een ander oordeel, mede omdat zij tweemaal heeft getekend voor ontvangst van voorschotten.
De Raad stelt vast dat het College heeft gehandeld in overeenstemming met het geldende beleid en de wettelijke bepalingen van de WWB. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd voor zover het beroep van appellante ongegrond is verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van voorschotten bijstand en de hoofdelijke aansprakelijkheid van appellante en haar gezinslid.