ECLI:NL:CRVB:2008:BG0965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks langdurige behandelduur en terugvordering voorschotten
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van een arbeidsongeschiktheid van 35-45% naar 45-55%, en tegen de terugvordering van onverschuldigd betaalde voorschotten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij zowel lichamelijke als psychische aspecten waren betrokken. De Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de werkinstructies CBBS 2005 vormden een juiste basis voor de beoordeling. De Raad vond geen aanleiding voor een verdere urenbeperking dan acht uur per dag.
Daarnaast achtte de Raad de geselecteerde functies passend, waarbij de diploma- en taalvaardigheidseisen niet onoverkomelijk waren voor appellant. De lange behandelduur leidde tot terugvordering van voorschotten, maar dit was volgens de Raad rechtmatig en conform de wettelijke bepalingen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering en terugvordering van voorschotten wordt bevestigd.