ECLI:NL:CRVB:2008:BG0952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij intrekking beroep WAO-uitkering
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem waarin haar beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens onherroepelijke intrekking van haar eerdere beroep tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken.
Het UWV had op 8 november 2005 de WAO-uitkering van appellante ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Na bezwaar en beroep werd het bezwaar ongegrond verklaard, maar later is het besluit op bezwaar vervangen door een nieuw besluit van 26 juni 2006 waarbij de WAO-uitkering werd voortgezet op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
Appellante wilde de procedure heropenen vanwege onvrede over de gang van zaken met haar medische dossier en de intrekking van het beroep. De rechtbank oordeelde dat de intrekking van het beroep niet ongedaan kon worden gemaakt, en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de onderwerpen die appellante wilde aanvoeren niet ter beoordeling stonden in het hoger beroep en dat zij geen belang had bij het hoger beroep nu haar uitkering was hersteld. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.