ECLI:NL:CRVB:2008:BF6694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellant was arbeidsongeschikt verklaard wegens psychische klachten en ontving een WAO-uitkering van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door een zenuwarts en verzekeringsarts werd geconcludeerd dat appellant geen psychiatrische stoornis meer heeft en geschikt is voor zijn eigen werk. Het UWV trok daarom de uitkering per 29 januari 2006 in.
Appellant voerde bezwaar aan tegen de rapporten, onder meer vanwege vermeende taal- en communicatieproblemen tijdens het onderzoek, en bracht aanvullende medische rapporten in. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep oordeelde de Raad dat de medische gegevens de intrekking rechtvaardigen. De Raad wees erop dat een tolk aanwezig was tijdens het onderzoek en dat het aanvullende rapport van de psychiater geen aanleiding gaf tot een ander oordeel.
Verder overwoog de Raad dat geschiktheid voor eigen werk in beginsel de vooronderstelling rechtvaardigt dat geen arbeidsongeschiktheid meer bestaat, tenzij bijzondere omstandigheden aantonen dat het werk niet beschikbaar is. Hoewel appellant bij zijn oude werkgever was ontslagen, was niet gebleken dat soortgelijke werkzaamheden elders niet beschikbaar zijn. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees de vorderingen van appellant af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 29 januari 2006 wordt bevestigd.