ECLI:NL:CRVB:2008:BF1572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, ontving ziekengeld na zwangerschaps- en bevallingsverlof vanwege rug- en schouderklachten. Een arts verklaarde haar per 30 juni 2005 volledig hersteld en geschikt voor haar arbeid. Het UWV beëindigde daarop het ziekengeld met terugwerkende kracht per die datum. Appellante maakte bezwaar en overhandigde medische rapportages, waaronder van het Instituut Psychosofia, die haar klachten bevestigden.
De bezwaarverzekeringsarts onderzocht de medische stukken en concludeerde dat er geen reden was om te twijfelen aan de hersteldverklaring. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en verwierp de rapportages van Instituut Psychosofia als onvoldoende relevant. In hoger beroep stelde appellante dat de beoordeling onzorgvuldig was en dat het UWV het risico droeg voor het late besluit.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat er geen sprake was van een hersteldverklaring met terugwerkende kracht en dat het UWV de medische situatie juist had ingeschat. De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de beëindiging van het ziekengeld per 30 juni 2005 wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.