ECLI:NL:CRVB:2008:BE9508
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenverplichting
In deze zaak gaat het om de herziening en terugvordering van bijstandsuitkeringen die aan [naam F. O.] zijn verleend over de periode van 22 juni 1999 tot 1 december 2003. De gemeente Arnhem stelde een onderzoek in naar een vermeende verzwegen gezamenlijke huishouding tussen betrokkene en [naam F. O.], waarbij onder meer huisbezoeken, verklaringen van buurtbewoners en observaties werden verricht.
De gemeente besloot de bijstand te herzien en een bedrag van €44.128,15 bruto terug te vorderen, waarvan uiteindelijk €32.483,35 netto mede van betrokkene. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen de terugvordering gegrond en vernietigde het besluit, omdat onvoldoende was aangetoond dat betrokkene en [naam F. O.] hoofdverblijf in dezelfde woning hadden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders en stelt dat uit de samenhang van het onderzoek voldoende is gebleken dat betrokkene en [naam F. O.] gedurende de periode een gezamenlijke huishouding voerden met hoofdverblijf in dezelfde woning. Dit wordt ondersteund door verklaringen van betrokkene, buurtbewoners en een verzekeringspolis. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond.
De Raad wijst erop dat de schending van de inlichtingenplicht door [naam F. O.] de grondslag vormt voor de terugvordering en dat het beleid van de gemeente tot medeterugvordering van betrokkene redelijk is. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugvorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de terugvordering mede van betrokkene bevestigd.